Geschiedenis van het bekken van Marennes

Het bekken van Marennes, "Terra Maritimemsis" wordt omringd door de moerassen van Brouage en Seudre. In het verleden waren deze moerassen goed bevaarbaar en bezaaid met eilanden (Saint-Just, Marennes ...) die, zoals blijkt uit sporen van oude boerderijen, al sinds de Romeinse tijd bewoond werden.

Hoewel het terrein drassig was, veranderden de bewoners het al snel in zoutpannen om het zo goed mogelijk te benutten. In de 11e eeuw werden deze gronden aan de Abdij van de Dames de Saintes geschonken. De exploitatie van de zoutpannen nam toe en het zout dat in het bekken van Marennes werd geproduceerd werd naar alle delen van Europa geëxporteerd.

De Honderdjarige Oorlog remde een tijd lang de welvaart af. De rijkdom van de 15e en de 16e eeuw was voornamelijk te danken aan zout, wijn en granen. Met het fortuin van de abdij konden de kerken van Saint Just en Marennes (15e eeuw) weer opgebouwd worden. Met het fortuin van de landsheren van Pons kon de citadel van Brouage uit 1555 gesticht worden.

De Protestantse Reformatie breidde zich uit en Brouage werd een belangrijke inzet in de strijd tussen katholieke en protestantse troepen. Zoutzieders, in opstand gekomen tegen de Gabelle (een belasting op zout), namen deel aan de gevechten. Brouage, inmiddels een « Koninklijke Stad », werd meerdere malen belegerd.

Richelieu maakt van het weer opgebouwde Brouage een actief arsenaal, alvorens het geruïneerd werd door de stichting van Rochefort in 1666. Fort Louvois, gebouwd in 1694 op de punt van Chapus, voltooide de kustverdediging.

In de 17e en 18e eeuw keerde de welvaart terug met de kabeljauwvisserij en de suikerhandel. Grote agrarische landgoederen ontstonden, zoals het kasteel van Gâtaudière. Helaas werden door het dichtslibben van het kanaal van Brouage vele zoutpannen noodgedwongen verlaten, hetgeen tot verwaarlozing leidde.

​Als gevolg van de Revolutie werd Brouage een gevangenis voor monniken en Marennes een onderprefectuur. De onderprefect Le Terme schreef in 1824 een algemene regeling van de moerassen en begon er met de grote aanleg van kanalen: de veeteelt en de binnenvaart ontwikkelden zich. Het kweken en verfijnen van de oesters in speciale bassins, wat de zoutzieders er voorheen gewoon bij deden, werden belangrijke activiteiten. Vanaf de stations van Chapus en Marennes vertrok de "oestertrein" richting Parijs.

Vos avis...